Rapport
Nederland heeft te maken met een fors lerarentekort: in 2024 was de geschatte omvang van het lerarentekort 7800 fte, oftewel 8.1% van de werkgelegenheid voor leraren in het primair onderwijs. Dit tekort is niet gelijk verdeeld over het land. In de G5 is het lerarentekort aanzienlijk hoger, namelijk 15.8%. Bovendien blijkt het tekort groter te zijn op scholen met een complexe leerling populatie.
Het is van cruciaal belang om het lerarentekort aan te pakken, niet alleen vanwege de directe impact op onderwijskwaliteit en leerresultaten, maar ook vanwege de bredere maatschappelijke kosten die ermee gepaard gaan. Een tekort aan goede leraren kan leiden tot verminderde onderwijsprestaties, wat ook op lange termijn effecten kan hebben op de productiviteit en economische groei. Daarnaast kan het leiden tot een verhoogde werkdruk bij andere leraren, wat kan leiden tot meer verzuim.
De ongelijke verdeling van het lerarentekort zorgt er daarnaast voor dat juist scholen met de meest kwetsbare leerlingen het hardst worden getroffen. De Onderwijsraad adviseert daarom ook te kijken naar meer ingrijpende maatregelen, zoals het beperken van het onderwijsaanbod en het veranderen van de organisatie van het onderwijs op scholen.
Een belangrijke vraag voor scholen is op welke manier zij kwalitatief goed onderwijs kunnen bieden met minder bevoegde leraren. In deze toolkit beschrijven we inzichten uit de wetenschappelijke literatuur in het omgaan met langdurige tekorten. Wat zijn, vanuit de wetenschappelijke literatuur gezien, meer en minder kansrijke manieren om het onderwijs op een andere manier te organiseren?